Luchtmobiele Speciale Voertuigen (LSV) 
 

 

 

 

 

Technische specificaties  
Soort voertuig: Wielvoertuig
Taak: Algemeen
Nationaliteit: Frans
Gewicht: 1,4 ton
Jaar invoer: 1998
Bemanning: 2
Bewapening: Mag of TOW
Motor: 4 cilinder diesel 51 kW
Aantal: 180
Lengte: 3310 mm.
Breedte: 1720 mm.
Hoogte 1780 mm.
Hoogte met rolbar: 1.78 meter
Hoogte met neergeklapte voorruit zonder rolbar:
1.30 meter
Max. laadvermogen (incl. chauffeur):
850 kg
Max. snelheid: 70 km/u
Max. helling: 60 procent
Actieradius (op weg): 700 km
Draaicirkel: 11 meter
Brandstoftank: 80 ltr

De Luchtmobiele Brigade heeft onlangs speciale lichte terreinvoertuigen, de zogenaamde Luchtmobiele Speciale Voertuigen (LSV) aangeschaft, die door de lucht te vervoeren zijn. Operationele inzetbaarheid van deze voertuigen is duidelijk belangrijker dan het comfort. Ze kunnen onder andere worden gebruikt voor de afvoer van gewonden, het uitvoeren van verkenningen, het dragen van radiomiddelen of wapensystemen en de aanvoer van voeding en munitie. Totdat de LSV's beschikbaar waren, werkte de brigade met 'soft top'-terreinvoetuigen. 
Stoere buggy's, flitsende woestijn- annex strandracers, inklapbare wagens, drie- en zeswielers, lichte rupsvoertuigen. Bij het uitkiezen van een Luchtmobiel Speciaal Voertuig (LSV) voor de 11de Luchtmobiele Brigade, zag de landmacht door de bomen het bos bijna niet meer. Na wikken, wegen en vooral testen, slaagde zij erin het kaf van het koren te scheiden en hakte ze de knoop door ten gunste van het Véhicule Légère Aeromobile, bijgenaamd Playmobiel, van het Franse Lohr. Komende maand rollen de eerste zestig exemplaren binnen in Schaarsbergen. 


'Door een militaire bril bekeken, vind ik de Lohr perfect. Als comfortabele personenauto valt-ie tegen. Begrijpelijk, want het blijft een voertuig voor militaire doeleinden', zegt kapitein Bas Hoogakker, LSV-projectofficier van de staf van de 11de Brigade. Om vast te wennen, heeft hij al maanden een exemplaar ter beschikking, en kan dus als geen ander oordelen. Het LSV is geen charmant ogende middenklasser met een gerieflijk interieur, diverse snufjes en een makkelijke zit. Evenmin valt hij te vergelijken met de Mercedes Benz-terreinwagen van de landmacht. 'De LSV is simpel uitgevoerd, betrouwbaar en doordacht. Gewoon een slim militair voertuig.' In totaal krijgt de landmacht er 180: 133 mèt huif, de zogeheten versie voor algemene diensten, en 47 zonder. Van die eerste variant krijgt de Luchtmobiele Brigade er 112; daarnaast ontvangt ze 36 stuks voor anti-tankacties en negen voor gewondentransport. De Tactische Helikoptergroep van de luchtmacht, waarmee de rode baretten altijd samen oefenen, ontvangt twaalf exemplaren. De overige dienen voor opleiding of belanden in de algemene reserve. Over de aanschaf van nog eens 28 LSV'en voor het vervoer van gewonden onderhandelt de landmacht nog. Komend voorjaar verwacht de Luchtmobiele Brigade de
Playmobiel

voor het eerst in te zetten tijdens een oefening in Polen. 

Badkuip 
Terwijl hij het LSV bekijkt, zegt Hoogakker bijkans lyrisch te worden van de mogelijkheden van het vierwiel-aangedreven karretje met polyester opbouw. 'Volgens sommigen lijkt hij op een badkuip op wielen, maar wie hem in zijn element ziet, draait om als een blad aan de boom. Minachting slaat dan om in bewondering.' Toch signaleert Hoogakker ook nadelen. Als voorbeeld noemt hij het ontbreken van een kreukelzone, geen overbodige luxe voor een terreinwagen. 'Je kunt je natuurlijk afvragen of je daarbij moet stilstaan bij het ontwerpen van een militaire auto. Persoonlijk vind ik het wel belangrijk.' Als ander minder sterk punt, noemt Hoogakker de verhoudingsgewijs matige snelheid die de LSV op de openbare weg haalt (max. zeventig km/u). Daardoor kan hij niet, zoals de Mercedessen, in colonne naar een oefenterrein in bijvoorbeeld Duitsland rijden, aangezien dat de doorstroming van het verkeer belemmert. Met alle gevaar van dien. 'We zullen dus vaker een beroep doen op externe vervoerders en dat kost geld. Ook dat probleem moeten we oplijnen.' Hoewel technisch minder van betekenis, brengt de komst van het LSV nog een knelpunt met zich mee, vertelt Hoogakker. In tegenstelling tot de huidige Mercedes Benz-terreinwagen, wordt hij namelijk niet voor 'taxi'doeleinden ingezet. 'Het even ergens heen rijden, bijvoorbeeld van de staf naar de kazerne, of naar Den Haag, kunnen we nu vergeten.' 'Maar', benadrukt projectmanager Paul van Dorp van de directie Materieel, 'de LSV is natuurlijk geen boodschappenwagen.' 

IJzersterk 
Eens kijken wat de chauffeurs van de Luchtmobiele Brigade van de LSV denken. Grenadier 1ste klas Alain Cras bijvoorbeeld maakte er deze herfst honderden kilometers mee tijdens de oefening Cold Grouse in Denemarken en kent hem dus op zijn duimpje. Grinnikt: 'Terwijl de Mercedessen en DAF-vrachtwagens in de blubber vastzaten, kwam het LSV als enige auto vooruit. En je kunt er van alles mee vervoeren, van kachels en kisten, tot en met pallets en tenten. Verder komt-ie goed van pas wanneer de brigade als Rapid Reaction Force wordt ingezet. Spring erin en je bent snel ter plekke. Het is een prima werkpaard. Niet groot, wel ijzersterk. Jammer alleen van dat primitieve zitcomfort. Maar stoelen in een militaire wagen bekleed je natuurlijk niet met bont.' Kritiek op de stoelen uit ook jager 1ste klas Peter Stroo. 'Doordat alleen je onderrug steun ondervindt, hangt het bovenste deel van je romp over de leuning naar achter. Na lange ritten heb je last van je rug. Daarnaast zitten bestuurder en bijrijder dicht op elkaar, wat met volle bepakking problemen oplevert.' Voor de rest is Stroo, die tijdens de oefening Spanish Falcon op het woeste oefenterrein San Giorgio vaak achter het stuur te vinden was, prima te spreken. Zo merkte hij dat de wagen in geaccidenteerd terrein stabiel ligt. 'Denk je dat-ie op een steile heuvel achterover slaat, en blijft hij gewoon overeind. En die stugge vering, hè. Na een put of kuil herstelt-ie zich razendsnel, terwijl een Mercedes drie keer na stuitert.' Soortgelijke ervaringen heeft sergeant 1ste klas E. de Wijs, beheerder van het voertuigenpark van de brigadestaf. 'Als je met tachtig kilometer door grof terrein rijdt, voelt het alsof je op de openbare weg zit. Kiepert de auto op een steile heuvel om, dan ligt dat aan de chauffeur. Jammer alleen van al die haken, waardoor je rugzak blijft hangen en waaraan je je in een onbewaakt ogenblik kunt stoten. Verder versta je elkaar door het rumoer van de motor wat minder goed en kan de bagageruimte groter. Plaats je een TOW, dan kun je weinig andere spullen, zoals rugzakken, meenemen.' 

Grenzen 
Het LSV-project startte in 1991, na het uitkomen van de Prioriteitennota die de landmacht een Luchtmobiele Brigade in het vooruitzicht stelde. Het voertuig was noodzakelijk om de rode baretten de broodnodige mobiliteit op de grond te geven. Met het oog daarop, startte de directie Materieel (DMKL) een zoektocht naar een vederlicht exemplaar, dat in een vliegtuig en in een helikopter kon worden vervoerd, of hangend als slingload ònder een wentelwiek. 'We wilden een luchtmobiele variant van de Mercedes Benz terreinwagen', vertelt Van Dorp, de zevende projectmanager sinds de geboorte van het plan. Een gepantserd exemplaar maakte geen kans, omdat het LSV anders weer te zwaar zou worden. De bescherming moest daarom komen uit de combinatie mobiliteit, geringe waarneembaarheid (signatuur- en silhouet onderdrukking), en snelheid. Aangezien de liftcapaciteit en de actieradius van helikopters grenzen kennen, werd het gewicht van het LSV bepaald op maximaal 1.400 kilogram, anders zou hij de krachten van met name de Cougar te boven gaan. Dit toestel kan weliswaar 1.915 kilogram tillen, maar moet een marge overhouden voor het meenemen van personeel en bagage. Al met al diende het LSV dus een multifunctioneel voertuig te zijn, dat geschikt was voor het meenemen van wapens en kon dienen als commandowagen en transportmiddel, ook voor gewonden. Tijdens het marktonderzoek stuitte de DMKL op een karavaan aan LSV'en voor 'luchtmobiel' gebruik en voor para-commando-eenheden. Variërend van drie- tot zeswielers, inklapbare voertuigen, licht gepantserde rupswagens, rappe èn trage auto's en exemplaren, waarbij de chauffeur achter het voertuig loopt om het zo te gidsen. 'Allemaal uiterst licht en mooi, maar niet ècht praktisch', weet Van Dorp. 

Handicap 
Uiteindelijk selecteerde de directie Materieel in 1993 vier typen: de Cobra van het Britse Longline, de eveneens Britse Saker van Wessex, de A3 van Auverland uit Frankrijk en het Véhicule Légère Aeromobile van het Franse Lohr. De eerste twee genoten bekendheid als flitsende buggy's en 'woestijnracers' die aan de rally Parijs-Dakar zo kunnen meedoen. De Auverland vertoonde gelijkenis met een kleine jeep, maar woog veel minder. Na tests in België, Duitsland en bij de Productgroep Beproevingen van de DMKL in Huijbergen, kwam de Playmobiel van Lohr dus als beste uit de bus. Belangrijkste reden om de Auverland te laten afvallen, was dat dit voertuig onvoldoende lading kan meenemen, een handicap die niet viel op te lossen, zegt Van Dorp. De Cobra en de Saker vielen af bij gebrek aan onder meer voldoende (bagage)ruimte en omdat ze te veel het karakter droegen van een racewagen. Van Dorp: 'Ze zijn als het ware ontworpen voor wedstrijden, een concept waar we weinig mee op hadden. Na een ingrijpende actie bijvoorbeeld moet je veel sleutelen om hem weer in conditie te krijgen. Dat betekent dat je elke keer gereedschap, monteurs, et cetera meesleept. Bovendien kan een racer, behalve een rugzak, geen lading meenemen. Zet je er een TOW-anti-tankwapen op, dan is-ie vol. Daarnaast zit de chauffeur laag, waardoor hij het terrein moeilijk in één oogopslag kan overzien, en kun je er geen draagbaar voor gewondenvervoer op kwijt. Verder valt op de terreinvaardigheid van de racers het nodige aan te merken. Als ze een bobbel nemen, slepen ze met hun bodem over de grond. Tot slot is hun draaicirkel te groot. Dat schiet allemaal niet op.' 

Feest 
Op 24 december 1996 was het feest en ondertekende de landmacht het contract met SP Aerospace and Vehicle Systems te Geldrop, het bedrijf dat de LSV's in licentie bouwt. Één exemplaar kost circa honderdduizend gulden. De Playmobiels gaan zo'n tien jaar mee.